vrijdag 25 februari 2011

Wandelen door Amsterdam - Hofje van Brienen

Hofje van Brienen – Prinsengracht 89-133
Het verhaal gaat dat Arnout Jan van Brienen bezig was in de kluis in zijn kelder toen de zware kluisdeur dichtviel. Zijn - blijkbaar - luide gebed tot verlossing werd enige uren later verhoord, want zijn huisgenoten wisten hem te bevrijden. Uit dankbaarheid besloot hij een hofje te bouwen.
Arnout Jan van Brienen, een aanzienlijke koopman en bankier, kocht in 1795 de grond op een veiling en stichtte in 1797 dit katholieke hofje. Als een van de weinige hofjes in de stad is het Hofje van Brienen gesticht bij het leven van de stichter. Op de plek waar zich eerst bierbrouwerij De Star bevond, is in het jaar 1804 het hofje gebouwd. De stadsarchitect Abraham van der Hart was verantwoordelijk voor de bouw hiervan. De eerste steen werd gelegd door de kleindochter van Van Brienen, waaraan een steen in de achtergevel van het voorgebouw herinnert. Het hofje bood onderdak aan veertig armlastige katholieke bejaarden. Later in de 19de kwam er nog een uitbreiding.
Achter de poort strekt zich een binnenplaats uit met aan drie zijden woningen. Deze poort bevindt zich precies in de blinde gevelwand met aan weerszijden de even hoge, maar iets smallere zijgevel van de woningen. Daartussen staan lagere muren. Van der Hart zag er van af om de gevels een schilderachtig karakter mee te geven. Het gesloten karakter legt alle accent op de hoge dubbele stoep en ingangspartij In het midden van het frontgebouw. Deze ingang werd uiteraard alleen door de regenten gebruikt. Hij koos voor strenge lijstgevels en afgeschuinde daken. De poort krijgt extra nadruk door een torentje. Eind 18de eeuw waren classicistische idealen in de architectuur een groot goed. Dus ook voor Abraham van der Hart. Om dit ideaal zo zuiver mogelijk te houden, maakte hij gebruik van de meest elementaire middelen.
Boven de poort bevinden zich het wapen, dat wordt vastgehouden door twee putti, toont een rooms-katholiek kruis en een opschrift, dat melding maakt van de weldadigheid van Arnout Jan van Brienen. Het hoofdgebouw bevatte o.a. een rooms-katholieke kapel en de regentenkamer was op de eerste verdieping gevestigd. Aan de drie zijden van de binnenplaats bevinden zich de huizen van rooms-katholieken. Het regime in dit hofje was streng.
Het hofje heeft van 1804 tot en met 1995 gediend als huisvesting voor katholieke ouderen. Eerst vooral bejaarde mannen, later alleen vrouwen. Het hofje bestaat uit een ruime binnenplaats aan drie zijden omsloten door woninkjes. In het midden een waterpomp met fraaie lantaarn. De vrouwen moesten de woningen van de alleenstaande mannen schoonmaken, maar de mannen moesten het water aandragen. De taak van de portier was een grote, want aan hem of haar was opgedragen om “het gedrag der overige bewoners exactelyk na te gaan, om daarvan een getrouw verslag aan de Regent of Regentesse te kunnen doen.”
Eerst worden de kosten voor onderhoud en bedeling betaald door de Van Brienens. Vanaf 1839 wordt het hofje ondergebracht in een stichting door Arnold Willem van Brienen kleinzoon van de stichters. Vanaf 1951 wordt aan bewoners een bijdrage in het onderhoud gevraagd. Aanvankelijk f2,50 per maand, loopt dit in 1976 op tot f65,- per maand en in 1986 f220,- per maand. Dan wordt het ook formeel huur en kan huursubsidie worden aangevraagd.
Na de overdracht van het hofje aan woningbouwvereniging Stadgenoot (van oorsprong katholiek) mochten er vanaf 1997 ook jongere mensen in het hofje wonen. Dat wil zeggen, de minimumleeftijd is 50 jaar en katholiek hoef je ook niet meer te zijn.
In 1956 komt er een breed gesteund verzoek tot verruiming van de openingstijden. Bewoners moesten namelijk voor half elf thuis zijn, anders stonden zij voor een gesloten deur.
Hoewel ook de portier klaagt dat hij ‘s avonds laat het bed uit moet om de poort te openen, krijgen bewoners pas in 1976 een eigen sleutel. In 1991 ontstaat onder leiding van de portierster een bewonerscommissie, die contacten gaat onderhouden met de regenten.
Het hofje is iedere werkdag geopend van 6.00 tot 18.00 en op zaterdag van 06.00 tot 14.00. Zoals altijd bij bezoek: respecteer de rust op het hof en de privacy van bewoners.

maandag 21 februari 2011

Februaristaking - 25 februari 1941

Over 4 dagen herdenken wij in Amsterdam de Februaristaking. Waarom eigenlijk?
Voor de tweede wereldoorlog was Amsterdam in Nazi-Duitsland berucht vanwege haar hoge welvaartspeil. De stad stond ook bekend als een liberale stad waar veel joden woonden, wat voor de Nazi’s een reden was om Böhmcker naar onze stad te sturen. Böhmcker was een intelligente, welbespraakte rechter, die zich al vroeg had geprofileerd als nationaal-socialist.
Deze ambitieuze Böhmcker was eigenlijk de belangrijkste aanleiding voor wat later tot de Februaristaking zou leiden. Hij was namelijk van mening dat onze joodse stadgenoten zich niet meer in het openbare leven mochten laten zien, behalve dan in hun eigen directe woonomgeving. Hij gaf dan ook de Amsterdamse politie opdracht om de Jodenhoek af te sluiten. Dit verstoorde het stadse leven zeer ingrijpend, maar zorgde er niet voor dat ongeregeldheden uitbleven.
Op 22 februari 1941 hield de Duitse Ordnungspolizei op het Jonas Daniel Meijerplein een razzia, waarbij 400 joodse jongemannen werden opgepakt en weggevoerd. Een dag later werd dit nogmaals herhaald.

Twee dagen later, op 25 februari, werd in de vroege ochtend, op aansporing van communistische activisten, het tramverkeer stilgelegd. De aanwezige Amsterdamse politie besloot om niet in te grijpen. De Nazi’s waren nog het meest verrast, de Inlichtingendienst had de avond hiervoor verklaard, dat alles rustig was. De Rijkscommissaris was op vakantie en de Duitse politiechef mocht niet zonder zijn toestemming ingrijpen.
De volgende dag hield het protest aan. De politiechef had intussen de Rijkscommissaris kunnen bereiken, wat ertoe leidde dat Duitse politietroepen de staking hardhandig neersloeg. De Amsterdamse politie had opdracht gekregen gericht te schieten, waar zij geen gehoor aangaven. Er vielen die middag 40 gewonden en 9 doden. Aan het eind van de dag waren de straten leeg. Op 27 februari werd het dagelijks leven onder streng toezicht hervat. Op elke tram reed een Duitse of Amsterdamse politieman mee. De illegale CPN (Communistische Partij Nederland) verspreidde de volgende dagen een oproep om op 6 maart weer het werk neer te leggen, maar hier werd geen gehoor aangegeven. Waarschijnlijk was de bevolking geschrokken van het Duitse optreden.
Na de oorlog werd er heftig gediscussieerd hoe de staking begonnen was. Was de staking spontaan begonnen of was deze georganiseerd?
De communistische partijleider Paul de Groot verklaarde dan ook na de oorlog dat de staking zeker niet spontaan was begonnen, maar georganiseerd, en wel door de communisten. De CPN haalde op de Noordermarkt haar kaders bij elkaar. Dirk van Nimwegen en Piet Nak spraken de menigte toe en de partij heeft toen alle kaders van de bedrijven opgeroepen om te gaan staken.
Na de oorlog mocht de stad Amsterdam – dankzij de Februaristaking – de woorden Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig toevoegen aan haar stadswapen. De eerste herdenking van de Februaristaking, op 25 februari 1946, mocht er zijn. Grote winkels en bedrijven in de stad sloten hun deuren en het tramverkeer werd stil gelegd. Lange colonnes werklieden liepen met de vlaggen en spandoeken van hun bedrijven richting Waterlooplein. Ruim 50.000 Amsterdammers waren hier op afgekomen.
In de Koude Oorlog moesten de communisten zich meerdere malen verantwoorden voor de daden die hun ideologie genoten in de Sovjet-Unie verrichtten. Dit hielp ook niet mee om de herdenking van de Februaristaking tot een eensgezinde herdenking te laten komen. Dit leidde dus vanaf het jaar 1950 tot een dubbele herdenking, waar uiteindelijk niemand bij was gebaat. Deze dubbele herdenking heeft 15 jaar geduurd. ’s Ochtends vroeg vond op 25 februari, bij de Dokwerker, en korte bijeenkomst plaats onder leiding van de gemeente en in de middag een tweede, veel grotere herdenking onder leiding van het communistische Herdenkingscomité Februaristaking.
In december 1952 werd het beeld De Dokwerker op het Jonas Daniel Meijerplein onthuld door koningin Juliana. Het standbeeld werd in opdracht van de Amsterdamse gemeente gemaakt door Mari Andriessen en hij heeft de timmerman Willem Termetz als model gebruikt.
De Dokwerker heeft niet altijd op deze plek gestaan. Na de onthulling in december 1952 stond de Dokwerker met zijn armen gespreid richting Waterlooplein. In 1970 werd het standbeeld verplaatst richting de synagoge wegens werkzaamheden aan de metrolijn en de Stopera.




Wie meer wil lezen:

vrijdag 18 februari 2011

Grand Hotels d’Amsterdam

Mijn vorige bijdrage over hotels in Amsterdam ging over het Amstel Hotel. Vandaag een bijdrage over Hotel The Grand in hartje Amsterdam.
Voordat ik iets over het gebouw en het hotel zelf vertel, gaan we terug naar de veertiende eeuw. In de veertiende eeuw bestond de Oude Zijde, tussen Rokin en Kloveniersburgwal, vooral uit kloosters. In totaal stonden hier wel 14 kloosters. Eén ervan was het Sint-Ceciliaklooster, dat behoorde tot de meest aanzienlijke vrouwenconventen van Amsterdam. Dit klooster had een enorme tuin, als een oase van rust in de overbevolkte stad. Deze rust werd echter gruwelijk verstoord in 1578. Op 26 mei in dat jaar werd de katholieke stadsregering afgezet en deze omwenteling noemen we de Alteratie.
Na de Alteratie in 1578 eiste het nieuwe (protestantse) stadsbestuur de kloosters direct op om er een seculiere bestemming voor te geven. Op de plek waar zich nu Hotel The Grand bevindt, bevond zich het Sint-Ceciliaklooster dat in de 16e eeuw werd omgebouwd tot een ‘logement voor Princen en Groote Heeren’ van het stadsbestuur. Beroemde gasten waren: Prins Maurits, Prins Frederik Hendrik, maar ook de Franse koningin Maria di Medici. De stad Amsterdam ontving hier ook de dood gewaande Jacob van Heemskerk na zijn overwintering op Nova Zembla.
In 1597 werd het Prinsenhof ook de vergaderplaats van de Amsterdamse Admiraliteit. Deze Admiraliteit beheerde samen met vier gelijknamige colleges in andere Hollandse havensteden, de maritieme zaken van ons land. In 1647 verloor het Prinsenhof de functie van logement en in 1656 verviel het gehele gebouw aan de Admiraliteit. In de tussentijd deed het gebouw ook nog dienst als Stadhuis, vanwege de brand in het oude raadhuis in 1652, en het nieuwe stadhuis nog in aanbouw was. Het huidige Paleis op de Dam.
In de tijd dat de Fransen ons land overnamen, werd de Admiraliteit opgeheven en werd het Prinsenhof in 1808 wederom tot stadhuis omgebouwd, omdat Lodewijk Napoleon zijn oog op het Stadhuis op de Dam had laten vallen en het helemaal als paleis liet inrichten. Het bordes aan de voorkant van het Paleis, stamt dan ook uit die tijd.
Het Prinsenhof heeft tot 1988 de functie van stadhuis behouden, toen het gehele stadsbestuur verhuisde naar de Stopera. In het jaar 1992, op 20 mei, opende burgemeester Ed van Thijn officieel het 5-sterren Hotel The Grand. Het Hotel beschikt over 177 kamers en 19 multifunctionele ruimtes, die zijn uitgerust met de meest moderne technische faciliteiten.
Architectonisch

De meester-metselaar van de Admiraliteit Willem van der Gaffel is waarschijnlijk verantwoordelijk voor de huidige hoofdingang van The Grand. De brede gevel van baksteen en natuursteen staat op een hoge sokkel. Over de verdiepingen gaat een indrukwekkende, Ionische pilasterorde op. Een driehoekig fronton bekroont de vooruitspringende middenpartij. Deze streng classicistische opzet is karakteristiek voor het Hollandse classicisme, zie ook het Paleis op de Dam.
Het beeldhouwwerk in het fronton beeld de Hollandse leeuw in een verschansing uit, vergezeld met het wapen van de Admiraliteit en twee gekruiste ankers. Rechts staat de oorlogsgod Mars en de Tritonen, omringd door scheepsgeschut, links Justitia en Neptunus te midden van de attributen van handel en scheepvaart.
Aan de noordkant van de noordelijke binnenplaats stond tot 1758 de kapel van het Sint-Ceciliaklooster. Op het dakvenster prijkt de Hollandse Leeuw. De 17de eeuwse windwijzer op het Middeleeuwse torentje heeft de vorm van een meerman.
De westvleugel van het hotel is ontworpen tussen 1924 en 1926 door gemeentearchitecten Hulshoff en Lansdorp in de expressionistische Amsterdamse School stijl. Het mooie is dat deze wand alleen in z’n volledigheid is te zien, wanneer je aan de andere kant van de gracht gaat staan. Dit komt doordat de muur meebuigt met de gracht. Op straatniveau zien we de rijke detaillering van de natuurstenen onderbouw. De zware steunberen dragen symbolistisch beeldhouwwerk van de beroemde Amsterdamse beeldhouwer Hildo Krop.
Het eveneens indrukwekkende interieur is in het Hotel vrij te bezichtigen. Zo zijn de destijds omstreden muurschildering van Karel Appel “Vragende Kinderen” te bezichtigen in café Roux. Prachtige Jugendstil-beschilderingen in de eerste-klas trouwkamer, gebrandschilderde ramen van Roland-Holst in het trappenhuis, de Amsterdamse Stedenmaagd oprijzend uit Amstel en IJ in de grote receptiezaal van John Rädecker.
Met andere woorden, dit is een Hotel met klasse en een Hotel met kunsthistorische waarde en dus het bezoeken en bezichtigen waard.

maandag 7 februari 2011

Valentijnsdag - 14 februari

Amsterdam kent enorm veel romantische plekken. Iedere Amsterdammer kent wel zo'n plekje. De vonk kan natuurlijk overal overslaan, zoenen doen we ook overal, in alle jaargetijden. En toch, wanneer we die ene plek passeren, waar het allemaal is begonnen, krijgen we allemaal weer dat warme gevoel van binnen.

Volgende week maandag kunnen we vele stellen zien wandelen over de grachtengordel, zoenend op dat ene bankje in het Vondelpark of genietend in de Hortus.

Volgende week is het weer Valentijnsdag. Een dag die door de commercie lijkt overgenomen te zijn. Daar wil ik niet aan meedoen. Wat ik veel leuker vindt is om onze stad eens vanuit een romantisch gezichtspunt te bekijken.

Wat zijn nu eigenlijk de meest romantische plekken van de stad? Waar wordt nu eigenlijk het meest gezoend? Waar kunnen we de meeste stelletjes zien.

Hier is een top tien:

1. Het Vondelpark, met het terras voor het oude Filmmuseum of het Blauwe Theehuis;
2. Museumplein en omgeving;
3. Hoek Prinsengracht - Brouwersgracht
4. Langs de Amstel en vooral de Magere Brug
5. Onder de Westerkerk
6. Ondanks de werkzaamheden, het Stationsplein
7. De Dam en vooral het Monument op de Dam
8. Nieuwmarkt en omgeving
9. Artis
10. Hortus

Mooie plekjes in de stad, roepen mooie gevoelens op. Heb je nog geen plannen voor je vriendin en zou jij volgende week maandag echt speciaal willen maken, en indruk willen maken, denk dan eens aan een van deze tien plekken.



Garantie dat je avond onvergetelijk wordt.
- Posted using BlogPress from my iPad

zaterdag 5 februari 2011

Wandelroute door Amsterdam - Noordermarkt

Noordermarkt

Oorspronkelijk heette de Noordermarkt, Prinsenmarkt, omdat het plein aan de Prinsengracht lag. Deze markt die nu vooral bekend staat voor haar markten, zoals de markten op maandag en zaterdag, wordt gedomineerd door de Noorderkerk.

Het plein werd tegelijkertijd met het bouwen van het Nieuwe Werk opgenomen in het stedebouwkundige plan. Op verzoek van de bewoners besloot het gemeentebestuur in 1620 het noordelijke deel van de Jordaan een eigen kerk te geven. Vooral omdat de bewoners de Westerkerk te ver vonden. Daarnaast nam de bevolking in deze wijk snel toe.

Tussen 1620 en 1623 verrees op de huidige Noordermarkt de Noorderkerk. Het ontwerp werd, net als dat van de Westerkerk, geleverd door Hendrick de Keyser. Hendrick de Keyser was in 1620 nog bezig met de Westerkerk en hij stierf in 1621, dus we kunnen toch met enige zekerheid zeggen dat hij niet betrokken was bij de bouw van de Noorderkerk.

De kerk vertoont ook een geheel ander type. Het is een van de eerste kerken die afwijkt van het oude katholieke grondplan. De plattegrond heeft de vorm van een gelijkarmig of Grieks kruis. Kijk maar eens met Google Earth. Prachtig!!!

Op het plein zelf staan enkele parels die ik u niet wil onthouden:
Noordermarkt 15

De halsgevel uit 1701 van dit smalle pandje is erg bijzonder. De klauwstukken bestaan geheel uit acanthus bladeren en ze zijn op zo'n manier gevormd dat het hoofdblad aan een streng hangt, waaromheen zich andere bladeren vormen.
Op de schilden in de afdekking zijn een blokschaaf en een schaar afgebeeld. De onderpui is geheel van hout met daarin opgenomen de bovenhuisdeur.

Noordermarkt 16
Ook nr. 16 heeft een halsgevel in de trant van Lodewijk XIVen stamt uit 1726. Het pand bevat een gevelsteen met vrouwe Fortuna en attributen uit de lakennijverheid.

Noordermarkt 17
Het huidige pand heette vroeger De Os of De Ro Gilde Os, wat naar mijn mening eerder aan een slagerij doet denken, terwijl er toch een echte koekenbakker woonde. Het jaartal in de gevel van 1765 duidt op het herbouwjaar van het pand. Het pand is ouder, want de koekebakker Nicolaas Sterk kocht het pand in 1740 en huurde het pand hiervoor ook al. In de kuif met ornamenten in Lodewijk XV-stijl is een os voorgesteld.



Noordermarkt 20

De voorganger van het huidige pand, dat kort na 1617 totstandkwam, was smaller dan het huidige, doordat rechts naast het huis een open gang naar achteren voerde.



Volgende week vervolgen we onze wandelroute over de Prinsengracht.

- Posted using BlogPress from my iPad

zaterdag 29 januari 2011

Grand Hotels de Amsterdam

Ik denk dat iedereen vrijdag 28 januari wel iets heeft gehoord of gelezen van het onderzoek dat Trip Advisor had gedaan. In deze top-tien smerigste hotels van Europa stonden vier (!) hotels uit Amsterdam. Met de twijfelachtige eer van Hotel de Lantaerne als hoogst genoteerd Amsterdams hotel op nummer 6.
Gelukkig heeft Amsterdam ook enorm veel (architectonisch) prachtige en goede ‘Grand Hotels’.  Daar wil ik aandacht aan besteden.
Vandaag: Het Intercontinental Amstel Amsterdam ofwel Het Amstel Hotel.
Ik begin niet zomaar met Het Amstel Hotel want Het Amstel Hotel heeft een vooraanstaande positie in de Amsterdamse, maar ook in de Nederlandse hotelgeschiedenis. Het is namelijk de eerste representant van het verschijnsel Grand Hotel.
Het idee om het hotel te bouwen kwam van de bekende Amsterdamse arts Samuel Sarphati (1813-1866). Hij besteedde naast zijn praktijk enorm veel tijd en energie aan het algemene welzijn van de stad. Hij was ook verantwoordelijk voor de bouw van Paleis voor Volksvlijt, dat helaas niet meer bestaat. Over twee jaar zal Amsterdam zeker het Sarphati-jaar vieren!!
De plek waar het hotel werd gebouwd, lag eigenlijk helemaal niet zo voor de hand. Hotels bevonden zich meestal in het centrum van de stad. Toch waren er twee redenen waarom werd gekozen voor het oude bolwerk Oosterblokhuis. De eerste reden was puur economisch. Voor het geld dat men kwijt was om een Hotel aan de Amstel te bouwen, zou men in het centrum alleen de grond kunnen kopen, de tweede reden was dat het reizigerspubliek aan het eind van de 19e eeuw meer gewend was qua hotels en dus meer eisen zouden stellen aan een nieuw te bouwen hotel. Wanneer je het verloop van de Singelgracht ziet vanaf de rivier de Amstel, dan zie een soort meanderende Singelgracht. De Singelgracht was geen natuurlijk water, maar een handmatig aangelegde gracht. De reden voor het meanderen was dat op de plek van het huidige Amstel Hotel het bolwerk Oosterblokhuis lag en een stukje verder bolwerk Weesp, ongeveer ter hoogte van de huidige Spinozastraat. Deze bolwerken markeerden de oude stadswal van 1663.
In 1865 verschijnt er een prospectus, waarin Samuel Sarphati zijn stadgenoten aanspoort geld in zijn project te investeren. Dit geschrift bevat een gravure waarop het Amstel Hotel als een enorm droompaleis aan de Amstel oprijst aan de oevers van de Amstel. Het gebouw ligt in carré-vorm om een met glas overdekte binnenplaats. Zo groot is het Amstel Hotel uiteindelijk niet geworden, want uiteindelijk is er slechts één vleugel gerealiseerd.
Cornelis Outshoorn was de eerste Nederlandse architect die de opdracht kreeg een luxe hotel te bouwen dat met internationale hotels kon wedijveren. Outshoorn liet zich inspireren door de Franse Renaissance-stijl van de 16e en 17e eeuwse paleizen van Fontainebleau en de 19e eeuwse herleving hiervan tijdens het Second Empire onder Napoleon III. De gevelindeling van het Amstel Hotel is goed te vergelijken met het Parijse stadhuis van 1849: de hoekgebouwen en, in sterkere mate, de middenpartij zijn hoger dan de zijvleugels en springen ten opzichte hiervan wat naar voren. Een classicistisch tintje geeft de over twee verdiepingen doorlopende pilaster-orde. Dit geeft een tegenwicht tot het relatief hoog opgetrokken parterre-verdieping.
Outshoorn voegde aan deze mengeling van stijlen nog nieuwe accenten zoals de vier hoektorentjes op het centrale paviljoen, de steile mansarde daken. Verder verdient ook de eigenzinnige materiaalkeuze aandacht. Hij koos voor rode bakstenen voor de muurvlakken en gele bakstenen voor de pilasters. Dit was in deze tijd erg ongebruikelijk, zeker bij gebouwen van grote allure. Door het gewaagde gebruik van bakstenen heeft Nederlands eerste luxe hotel een nationaal karakter gekregen.
Ook nieuw was de grote ontvangsthal met galerijen op de eerste verdieping. Terwijl het hotel in de loop der jaren ingrijpend is verbouwd, is de entreehal in authentieke 19e eeuwse staat bewaard gebleven.
De bouw van het hotel ging na de eerste paal op 24 februari 1865 niet voorspoedig. Nadat de fundering was gelegd, bleef de bouw steken omdat de eerste geldlening niet voltekend was. Uiteindelijk werd Het Amstel Hotel in 1867 geopend en telde ongeveer 150 kamers. Toch had het hotel de grootste moeite om haar kamers vol te krijgen, ondanks dat de eerste gasten het hotel roemden. Het was uiteindelijk de grondlegger van de fysiotherapie, dr. Georg Mezger, die het bedrijf door de eerste moeilijke jaren heeft geloodst. Hij besloot om zijn praktijk in het hotel te vestigen en alle zieke leden van de Europese adel wisten hun weg naar Amsterdam te vinden. Zijn bekendste bezoeker was ongetwijfeld keizerin Elisabeth van Oostenrijk, ofwel Keizerin Sissi. Zij verbleef echter niet in het Amstel, maar in het andere luxe etablissement, Het Doelen Hotel.
Andere beroemde gasten zijn Winston Churchill, de Sjah van Perzië tot aan de Rolling Stones. Drugbaron Klaas Bruinsma woonde er een tijdje in een suite en iedere zich respecterende entertainer verblijft in het hotel wanneer ze optreden in Nederland.
Het hotel telt tegenwoordig nog 55 kamers en 24 suites. De Koninklijke Suite, met een oppervlakte van 116 m2, kost € 2.625, maar dan krijg je een badkamer die voorzien is van 14 karaats gouden kranen. Verder zijn er in het hotel een bar, een brasserie, restaurant La Rive met een Michelinster, een fitnessruimte en een zwembad dat uitkijkt over de Amstel.

Volgende week: een ander hotel.

maandag 24 januari 2011

Wandelroute door Amsterdam - Prinsengracht nr. 7

De Posthoorn was een van de eerste Katholieke (schuil)kerken na de Alteratie, die zich in de stad, in de Haarlemmerstraat, durfde te vestigen. Dit was ongeveer, rond 1620. Ruim 30 jaar na de Alteratie. Na drie verhuizingen via de Herenmarkt en Korte Prinsengracht vestigde de katholieke parochie zich op de Prinsengracht.
De katholieke schuilkerken werden gedoogd door de protestanten. Deze protestanten wisten dus wel degelijk waar deze kerken zich bevonden, maar maalden hier helemaal niet om, omdat deze kerken geen enkel aanzien hadden. De katholieken moesten zich vaak door smalle gangetjes naar de kerk begeven. Maar wat het belangrijkste was, was dat deze kerken nooit voorzien waren van een groots plein, zoals de Noorderkerk aan de overkant en de Westerkerk, een stukje verder op de Prinsengracht.
De kerk werd oorspronkelijk gedreven door Augustijner paters, maar na 1723 kwam de kerk in seculiere handen. Rond  1750 werd de gevel van de woning drastisch veranderd. In dat jaar werd de klokgevel zoals we die nu zien, gerealiseerd.
Deze klokgevel uit ca. 1750 heeft in de deuromlijsting een Posthoorn zitten.  Deze Posthoorn verwijst naar een ver verleden. Tot 1687 bevond zich namelijk op deze plek de paardenposterij van de postkoetsdienst naar Haarlem hier gevestigd. In 1687 werden de stallen omgebouwd tot een bescheiden schuilkerkje en het posthuis werd in gebruik genomen als pastorie.  Deze stallen waren bereikbaar via de Ludemakersgang, later de Posthoorngang genaamd. Deze smalle gang is nog steeds zichtbaar tussen aan de Brouwersgracht tussen de nummers 83 en 87.
In 1863 verhuisde de Augustijner parochie naar de door P.J.H. Cuypers gebouwde Posthoornkerk aan de Haarlemmerstraat.

Tegenwoordig kun je er overnachten, dus mocht je willen checken of die tunnel er echt is, zien we elkaar aan de bar in Het Papeneiland. (zie vorige week)

Volgende week: de Noordermarkt

Kijk ook eens hier: http://www.amsterdamboeken.nl/amsterdam_boeken/stad/centrum/nieuw/prinsengracht.html