woensdag 21 september 2011

Wandeling door Noord

Verweggistan, daar dacht ik aan wanneer men over Stadsdeel Noord sprak. Ik was dus ook nog nooit aan de overkant geweest. Na veelvuldig aandringen van collega’s toch maar eens (letterlijk) de stoute schoenen aangetrokken en het pondje bij CS gepakt. Tot mijn grote verbazing heb ik gezien dat Noord hip aan het worden is, de overkant is enorm de moeite waard om eens te gaan bezoeken, wat heb ik eigenlijk al die jaren gemist? Wat heeft u gemist? In ieder geval het volgende:
De Van der Pekbuurt en de Bloemenbuurt
Tussen 1918 en 1926 bouwde de architect J.E. van der Pek in de Buiksloterham in opdracht van een woningdienst 1468 woningen, als onderdeel van het ’3500 woningenplan’uit 1917. De Van der Pekbuurt kreeg het gedurende de Tweede Wereldoorlog zwaar te verduren door een mislukt bombardement van de geallieerden op de Fokkerfabriek aan de Papaverweg op 17 juli 1943. Een herdenkingsmonument op het Mosveld verwijst naar deze tragedie.
Ondanks de economische problemen begon de herbouw van de door het bombardement verwoeste woningen kort na de oorlog die rond 1948 gereedkwamen.
De Van der Pekbuurt beslaat het gebied tussen de Hagedoornweg, de Distelweg, de Ranonkelkade, het Van der Pekplein en de Meidoornweg.
De Van der Pekstraat verdeelt de buurt in twee stukken. Aan weerszijden zijn op asymmetrische wijze pleinen en straten gepland. Er is dan ook geen echte dorpskern aan te wijzen. De Van der Pekstraat zelf maakt een stedelijke indruk door het brede, rechte verloop en de relatieve hoogbouw. Vroeger was dit de doorgaande weg voor gemotoriseerd verkeer naar de pond. Na de bouw van de IJtunnel met het hier een stuk rustiger zijn geworden. Alhoewel het hier tegenwoordig, met mooi weer,  erg druk is met fietsers en wandelaars. Zoals ik dus.
Via de Ranonkelkade en het Van der Pekplein lopen we rechtsaf richting het Meidoornplein. Architect Van der Pek bouwde hier midden op het plein een openbare leeszaal in dezelfde stijl als de woningen erom heen. Tegenwoordig huist in dit gebouw uit 1921 een buurthuis.
Verder richting Jac. P. Thijsseplein. Op dit driehoekig plein, dat ook werd getroffen door hetzelfde bombardement van 1943, staat nog deels de normale bebouwing. Vooral de nummer 36 t/m 56. Ook zijn er lage bejaardenwoningen die ontworpen zijn door architect J.H. Mulder in 1929. Deze woningen werden in een later stadium toegevoegd en onderscheiden zich door een hoog zadeldak.
Via de Heimansweg steken we de Van der Pekstraat over en lopen rechtsaf de Bremstraat in. De Bremstraat is herkenbaar aan de uitstekende ingangsportalen, de dwars op de kap staande, gekoppelde puntgevels, de wolfseinden op de uiteinden en de geelgeglazuurde banden. Dit deel hoort nog onmiskenbaar bij de Van der Pekbuurt.
De Bremstraat helemaal uitlopen tot aan de Distelweg, oversteken richting Distelplein. Nu zijn we in Disteldorp beland. In 1917 nam de gemeenteraad het voorstel aan om ten noorden van het IJ ongeveer 500 semipermanenten noodwoningen te bouwen. Een paar maanden later startte e bouw van Vogel- en Disteldorp. Het semipermanent is permanent geworden.
Aan de rechterkant van dit rechthoekige plein zitten de winkels, net als in de Vogelbuurt, achter een luifel. Achter een houten poortgebouw in de Distelkruisstraat is de Lange Distelstraat zichtbaar.
We lopen iets terug richting Kromme Distelstraat. Door het kromme verloop van de Distelstraat heeft deze straat iets van een dorpsstraat. De wisselende richting van de kappen en de groene beplanting versterken dit effect. In het midden van de straat (nr. 5-9) wijkt de rooilijn weer terug en vormt zo weer een pleintje. Op nummer 17 vinden we het vroegere badhuis.

Via de Distelweg lopen we rechtsaf richting Mosplein waar het herdenkingsmonument ter nagedachtenis van de gevallenen van het bombardement van 1943 staat. Hendrik Dannenburg heeft het beeld ontworpen en het beeldt een bronzen feniks uit op een zuil. Een feniks is een vogel uit de Griekse mythologie die zich telkens vernieuwt door uit het as te verrijzen. De oude zuil is overigens tijdens een verhuizing verdwenen.

Meer lezen over Amsterdamse-Noord? Klik hier! of hier!

donderdag 8 september 2011

Fan van de Spaarndammerbuurt

De Spaarndammerbuurt is zo’n buurt, dat je met recht een parel in de collectie van Amsterdam mag noemen. Verscholen achter de spoorlijn richting Haarlem, ligt hier een voormalige arbeidersbuurt, waarvan de bewoners o.a. werkten in de Westergasfabriek.
Zowel de Spaarndammerstraat als de Zeeheldenbuurt werden omstreeks 1880 gebouwd. De rest van de Spaarndammerbuurt werd geleidelijk aan gebouwd tot aan begin 20ste eeuw, met als absoluut hoogtepunt de Amsterdamse School-woningen op en rond het Zaandammerplein. De architecten van de Amsterdamse School waren meesters in het boetseren van vormen en gebruikten pure kunst bij het ontwerpen van hun kastelen.
Het begon allemaal begin 20ste eeuw op het atelier van de architect Eduard Cuypers. Niet te verwarren met zijn oom P.J.H. Cuypers, ontwerper van zowel het Centraal Station, als het Rijksmuseum. Een aantal jonge architecten, zoals Michel de Klerk, Piet Kramer en Joan van der Mey gaan zich afzetten tegen de traditionele architectuur. De heren laten zich beïnvloeden en inspireren door kunstenaars zoals van de expressionistische stijl, zoals Vincent van Gogh, maar door de literaire Tachtigers.
Zij zijn de eerste architecten waarvoor bakstenen en dakpannen meer zijn dan alleen bouwmaterialen. Ze worden nu juist gebruikt om te verfraaien en om vooral nieuwe vormen te creëren. De keuze van het soort baksteen gebeurt zeer zorgvuldig en er wordt gebruik gemaakt van verschillende metselverbanden en soorten voegwerk. De ramen hebben vaak de meest prachtige, speelse vormen. Wat vooral opvalt bij deze jonge architecten en hun nieuwe bouwstijl, is het oog voor details.
De Amsterdamse School is een belangrijke architectuur- en kunststroming waarvan de invloed tot ver buiten de stadsgrenzen uitstrekt. Binnen Nederland, maar ook in het buitenland staan gebouwen in de stijl van de Amsterdamse School.
Wanneer het weer het toelaat kan ik een mooie wandeling door de Spaarndammerbuurt aanbevelen. Wilt u dit onder begeleiding doen, stuur dan een mail naar s.crespo@amsterdamboeken.nl en voor €12,50 pp met een minimum van 5 personen leidt ik u door de Spaarndammerbuurt.
Route ’t Schip.
Het Schip van Michel de Klerk werd gebouwd voor Woningbouwvereniging Eigen Haard en is een van de hoogtepunten uit de geschiedenis van de volkshuisvesting. Op de hoek zat vroeger een postkantoor waarvan het interieur ook is ontworpen door Michel de Klerk. Het beeldhouwwerk aan de buitenkant, symbolen van de post en de uit steen gehouwen maribu’s zijn – uiteraard – van Hildo Krop. Het oude postkantoor is nog helemaal intact en is hiermee het enige nog openbaar te bezichtigen interieur van Michel de Klerk. En dit zou ik zeker aanraden om te doen.
Wat bijzonder is om te melden is dat de belangstelling voor de Klerks magnifieke creatie beperkt bleef. De vakbladen hebben er nooit melding over gemaakt en zelfs de kranten destijds wisten niets te melden. Architect Staal heeft wel het vergadergebouwtje als inspiratiebron gebruikt voor zijn Nederlandse paviljoen op de Parijse Wereldtentoonstelling van 1925.
Voor boeken over de Spaarndammerbuurt , de Amsterdamse School of Architect Michel de Klerk, U kunt altijd terecht bij http://www.amsterdamboeken.nl/ .

dinsdag 30 augustus 2011

Vakantie / Hobby's

De meeste mensen hebben hobby's. Ook ik heb een hobby, wellicht een rare hobby. Een aantal jaren geleden kwam ik erachter dat er een Unesco Werelderfgoed lijst bestaat. Ik ben nogal geïnteresseerd in unieke en indrukwekkende monumenten. Tijdens het inkijken van de lijst, kwam ik erachter dat ik tijdens mijn actieve reisvakanties al een behoorlijk aantal Unesco-sites had bezocht.
Unesco Werelderfgoed
Wat is er is er dan leuker dan alle Unesco-sites te gaan bezoeken. Allemaal? Ja natuurlijk! Projecten moeten ambitieus zijn. Dit project is behoorlijk ambitieus met 936 (laatste stand 2011) Werelderfgoed plekken op aarde. Zowel monumenten als natuurgebieden. Nu ben ik oorspronkelijk dus meer van de monumenten dan van natuurgebieden, maar wanneer je plekken als Los Glaciares in Argentinië hebt bezocht, of Ayers Rock in Australie, dan maakt dat ook een enorme indruk. Van Australië tot aan Alaska. Van Kamtsjatka (denk aan Risk) tot aan Timboektoe. Ik wil ze allemaal bekijken.
Frankrijk
De afgelopen twee weken zijn we (relatief) dicht bij huis gebleven. Want vergis je niet, juist in Europa zijn veel Werelderfgoed plekken te vinden. Onze vakantie hebben we een week in Frankrijk en een week in Zwitserland doorgebracht. In Frankrijk hebben we de plekken Fontainebleau, Provins, Vezelay en Bourges bezocht. Alleen Frankrijk telt al 35 Werelderfgoed plekken.
Op Fontainebleau na, waren de sites allemaal Middeleeuwse Franse parels. Echt indrukwekkend om een Middeleeuws dorpje geheel in tact te zien, zoals Provins. Slechts 40 km van Parijs. Vezelay en Bourges bezitten prachtige Middeleeuwse kathedralen.
Amsterdam
Maar ook Nederland staat negen keer op de lijst. Laat ik daar nu slechts één vinkje hebben staan. En dat ene vinkje staat voor een monument dat pas 1 jaar op de Werelderfgoed lijst staat. Juist ja, de Amsterdamse grachtengordel.
Mocht u geïnspireerd zijn geraakt om ook Werelderfgoed plekken te gaan bekijken, dan is daar een prachtig boek over uitgebracht. Klik hier om direct te bestellen!
Erfgoed is onze erfenis uit het verleden, waar we vandaag mee leven, en wat we doorgeven, moeten doorgeven aan toekomstige generaties.

donderdag 11 augustus 2011

Rellen in Amsterdam

“Zelden in de geschiedenis van onze stad is het voorgekomen, dat uw raad zich moest bezighouden met een zo beschamende, treurige zaak als vandaag aan de orde is. De verschrikkelijke gebeurtenissen van 13 en 14 juni vervullen ons allen met diepe afkeer, verontwaardiging, spijt en grote bezorgdheid.”
Dit zijn niet de woorden van de burgemeester van Londen, maar van burgemeester van Hall naar aanleiding van de Telegraafrellen en we bevinden ons in het jaar 1966.
De rellen die zich op dit moment afspelen in Londen, bezien we van een afstand en met afgrijzen. Er circuleren zelfs vragen of dit ook in Amsterdam kan gebeuren? Een aantal agenten, die dit soort rellen van nabij hebben meegemaakt, verzekerden mij dat de kans hierop in Amsterdam extreem klein is. Gelukkig maar!
Zijn er dan nog nooit rellen geweest in Amsterdam?
Voor de eerste rellen in de geschiedenis van Amsterdam moeten we terug naar de 13e eeuw. Wat is de aanleiding? De Kennemers, Waterlanders en West-Friezen zijn in oorlog met de bisschop van Utrecht. Om de bisschop ten val te brengen, rukken ze samen met de Amsterdammers op richting Utrecht en brengen hem met succes ten val.
Er volgt een periode van relatieve rust en groei voor de stad Amsterdam. Tot aan het jaar 1566, als de opstand der Weeskinderen plaatsvindt. Aanleiding deze keer is onduidelijk. Ruiten werden ingegooid, burgers gemolesteerd, kinderen klommen in de toren van de Oude Kerk en klauterden op de daken van de huizen. Dit oproer heeft men nooit kunnen verklaren.
In de rij van rellen mag het Pachtersoproer van 1748 niet ontbreken. Er ontstond een groeiend verzet tegen de wijze waarop de pachters van landsmiddelen hun verplichtingen nakwamen. Overal zag men, dat die pachters van de belastingen schatrijk werden. In 1748 ontstonden naar aanleiding hiervan openbare protesten en uiteindelijk resulteerden dit in rellen met de gebruikelijke plunderingen. De rellen begonnen op het huidige Rembrandtplein waar verzameld werd en rukten op naar de huizen van de pachters aan de bekende grachten.
Ook bekend is het Palingoproer in de Jordaan van 1886. Op de nog niet gedempte Lindengracht waren Jordaners bezig met een oude Amsterdamse traditie, die inmiddels was verboden: Palingtrekken. Boven de gracht hing aan een touw, een dikke paling. De bedoeling was om al varend in een bootje de paling van het touw te rukken. Juist op die zondag kwam de politie de Jordaan in om een einde te maken aan het Palingtrekken. Een opstand brak uit en een nieuwe rel was geboren. De volgende dag gingen de rellen verder en de straten in de Jordaan werden opgebroken en barricaden werden gebouwd. Na vele waarschuwingen kwam het leger in actie. Er werd geschoten en charges met de sabel werden uitgevoerd. Er vielen uiteindelijk 25 doden.
In 1917 brak het Aardappeloproer uit ten gevolge van een te strenge distributie van de aardappelen. In dit oorlogsjaar (de Eerste Wereldoorlog was drie jaar geleden begonnen) ontstond eens schaarste aan aardappelen ten gevolge van slechte oogsten en vertraging of ontbreken van aardappelen vanuit het buitenland. Het oproer begon toen een aantal vrouwen zich meester hadden gemaakt van een partij aardappels die bestemd was voor de militairen. Toen een menigte uit de Jordaan en Kattenburg zich hadden gestort op drie wagonladingen vielen de eerste doden. Uiteindelijk kwam met enkele schoten in de Kinkerstraat en op de Brouwersgracht een einde aan het oproer. Uiteindelijk vielen er negen doden en 114 gewonden.
In de oorlog ontstond naar aanleiding van de razzia’s op onze Joodse stadsbewoners de Februaristaking. Lees hier meer.
De meer recentere rellen, zoals de Telegraafrellen in 1966 en de Nieuwmarktrellen in 1975 naar aanleiding van de bouw van de metro zullen velen zich nog wel kunnen herinneren.
De laatste grote rellen vonden plaats eind jaren ’70 en begin jaren ’80. Deze rellen zijn de geschiedenisboeken in gegaan als de Krakersrellen. Kraken werd geïntroduceerd in de jaren ’60 door de Provo-beweging, dat in 1966 het Witte Huizenplan lanceerde.
In de jaren 1978 en 1979 vond er een omslag plaats in de krakersbeweging door hard optreden door politie en knokploegen. De verdediging van de op 1 november 1978 gekraakte Grote Keyser (Keizersgracht 242-252) was daarvan het eerste voorbeeld. Het pand werd uiteindelijk door de gemeente aangekocht voor jongerenhuisvesting. Succes 1 voor de kraakbeweging.
Een dreigende ontruiming van het pand op de hoek van de Vondelstraat en de Eerste Constantijn Huygensstraat leidde begin maart 1980 tot een driedaagse bezetting van het kruispunt, dat met behulp van het leger (!!) werd ontruimd, terwijl het pand in krakershanden bleef. Succes 2 voor de kraakbeweging. Op 30 april werd de kroning van Beatrix omgevormd tot nationale kraakdag met een massale veldslag als resultaat.
Meer lezen?
Voor DVD’s: klik op de link bij de betreffende rellen.

donderdag 4 augustus 2011

Amsterdam en Tolerantie

“In de multiculturele samenleving die wij samen vormen moeten we er voor waken dat, met respect voor ieders geloof en mening, de vrijheid van de één niet wordt ingeperkt door de vrijheid voor de ander. Tolerantie jegens homoseksualiteit is niet in elke cultuur of religie vanzelfsprekend. Via wederkerigheid moeten we begrip kweken. We moeten samen verder kunnen in een stad waar een ieder zich thuis voelt.” Zo staat te lezen op de website www.amsterdampride.nl
Amsterdam staat al eeuwen bekend om haar grenzeloze tolerantie richting andere geloven, andere culturen en voor ieders seksuele geaardheid. Maar dat laatste is eigenlijk nog niet zo lang zo. Langzaamaan heeft onze homoseksuele gemeenschap haar plaats verovert in de hoofdstad met als eerste publieke statement het Homomonument op de Westermarkt. Ontworpen in 1979 voor de gemeente Amsterdam en pas in 1987 onthuld en ingewijd.
Hoe ging dat dan vroeger?
Iedere – zeker wat oudere – Amsterdammer kent ze wel: het openbare toilet ofwel de krul. Sommige zijn overigens echte parels. In de 18de en 19de eeuw waren dit de ontmoetingsplekken voor homoseksuelen. Pas na de Tweede Wereldoorlog kregen zij toestemming om eigen cafés en dansgelegenheden te openen. Overigens was sinds de in 1811 door de Fransen geïntroduceerde Code Pénal homoseksualiteit niet meer strafbaar.
Ondanks dat homo’s pas na de Tweede Wereldoorlog hun eigen cafés mochten hebben, was er eind jaren 1920 een aantal kroegen rondom de Zeedijk en het Rembrandtplein waar veel homo’s kwamen. Beroemd hiermee werd Café het Mandje. Dit café was in 1927 geopend  door de toch wel legendarische en lesbische Bet van Beeren. Hier dansten vrouwen met vrouwen en mannen met mannen. Zoenen was absoluut verboden.
In de Lange Niezel 15 stond het oudste homocafé in Amsterdam: Cafe Populair, later Cafe Monico. Dat dit café geopend werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1941 kan wel bijzonder worden genoemd.
In 1946 werd in Amsterdam het COC opgericht dat als eerste een eigen dansgelegenheid opende: eerst De Odeon Kelder (DOK) en later De Schakel. Deze opening leidde tot een explosie van homobars en homocafés vooral voor mannen.
De jaren ’60 van de 20ste eeuw waren topjaren. Sensatieverhalen over de duistere wereld in de darkrooms zorgden voor nog meer clientèle in kroegen rondom vooral het Rembrandtplein. Het hoogtepunt werd bereikt in het najaar van 1989 toen Manfred Langer de extravagante homodisco iT opende. Tegenwoordig kun je je in een veelheid van kroegen vermaken, zoals in ‘Het Beste Homocafe van Amsterdam’volgens Het Parool: Cafe Prik in de Spuistraat. De Reguliersdwarsstraat is ook na de heropening door burgemeester Van der Laan weer een fijne plek om naar toe te gaan en uiteraard de Amstelkade en omgeving Rembrandtplein.

Tegenwoordig
Tegenwoordig staat de tolerantie onder druk. Enerzijds wellicht door groeiend conservatisme, anderzijds door de melting pot waarin we leven. Wetende dat Amsterdammers al eeuwen deze tolerantie hebben kunnen handhaven, ben ik er gerust op dat dat ook in de toekomst zo zal zijn.
Veel plezier vanavond bij de Pride Opening Party in Club Fuxxx, Warmoesstraat 96. Het volledige programma staat hier.
Zou u nog meer willen weten over de homo-scene in Amsterdam? Lees dan:
De roze rand van donker Amsterdam. De opkomst van een homoseksuele kroegkultuur 1930 – 1970 van Gert Hekma is te bestellen voor 35 EURO.
Mail naar: bestellen@amsterdamboeken.nl ovv bovenstaande titel.

donderdag 28 juli 2011

Wat ooit was!

Afgelopen zondag zag ik op den twitter een berichtje voorbij komen van @nuinamsterdam over een radiogramofoonfabriek in Amsterdam. Dit twitterberichtje voedde mijn nieuwsgierigheid.

Er zat een ook foto (zie hier links) bij van een gevelreclame, genomen in 1986 door Tim Boric (waarvoor dank), waarop stond Radiogramofoonfabriek. Dus ik ben eens gaan kijken naar deze bijzondere geveldecoratie.

Wat schetst mijn verbazing: deze geveldecoratie was ooit en is niet meer. Dus. Waarom gaan wij in Amsterdam zo onzorgvuldig om met onze gevels? Het pand is mooi opgeknapt, maar waarom de schildering niet bewaard? Zoveel extra kost dat toch ook weer niet? En is een prachtig gerestaureerde gevelreclame niet een meerwaarde voor je woning of bedrijfspand?

Anyway, muurreclames komen en gaan en dat heeft natuurlijk allemaal te maken met de vluchtige wereld waarin we leven. Commerciële bedrijven laten daardoor wel hun sporen achter in welke vorm dan ook. Geschilderde muurreclames zijn al decennia veel minder in trek dan aan de muur geschroefde borden met reclames erop. Over de geveldoeken bij renovaties maar niet te spreken. Maar vroeger was een kale muurgevel te huur om reclame op te maken. Oude geschilderde reclames zitten tegenwoordig ook nog vaak verborgen achter later aangebrachte geschroefde borden, zodat deze gevelreclames als het ware de dans ontspringen.

Toch is er een kleine kentering gaande: sommige gevelreclames worden weer in ere hersteld. Zoals de historische, geschilderde gevelreclame op de hoek Jan Pieter Heijestraat / Borgerstraat die in ere is hersteld. Waar tot voor kort nog enige raadselachtige tekstfragmenten de muur sierden schittert nu de kleurige gevelreclame uit 1906.

Amsterdam heeft namelijk nog veel meer van deze historische gevelreclames. Een ander meer dan 100 jaar oud prachtig exemplaar kunt u vinden op de hoek van de Spuistraat en de Korte Korsjespoortsteeg voor de kranten Het Centrum en de Volkscourant.

Ik ben er achter gekomen dat er verschillende clubjes zijn die zich actief inzetten voor het behouden van deze gevelreclames, zoals de Werkgroep Historische Gevelreclames Amsterdam (WHGA). Kijk ook eens op: www.gevelreclames.nl. Deze site is opgezet door Leo Reniers en verdient hiermee een speciale vermelding. Deze historische gevelreclames zijn namelijk erg de moeite waard om bewaard te blijven.

De WHGA heeft de hoeveelheid gevelreclames geïnventariseerd en er zijn nog enige honderden oude opschriften en reclames (licht) te zien in het centrum. Behalve om geschilderde teksten gaat het de WHGA ook om tegeltableaus, reliëfs en geëmailleerde platen. De restauraties die zijn gedaan, zijn gefinancierd uit de zogenoemde Urbangelden, een subsidie van de EU voor achterstandswijken, en uit het budget voor de wijkcoördinator. Stadsdeel Centrum heeft al een tijd een subsidieregeling waarmee eigenaren van een beeldbepalend pand een kleine financiële ondersteuning krijgen om hun gevel op te knappen. Daarbij gaat het dan vooral om het verwijderen van ontsierende reclames, graffiti, neons en rolluiken. Het Amsterdams Restauratiefonds heeft alleen gunstige financiële regelingen te bieden voor restauraties van gemeentelijke monumenten.


Terug naar Bloemstraat 172. Wat ooit was: achter de gevelschildering van Radiogramofoonfabriek stond nog enigszins zichtbaar te lezen: “Licht – P. Hessels – Kracht”. De elektricien Pieter Hessels kwam in mei 1937 in het pand wonen en vestigde er zijn technisch bureau. Pieter Hessels woonde nog tot begin jaren vijftig boven zijn bureau.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het pand in gebruik genomen door de Radiogramfoonfabriek van Brandsteder. Meubelmaker Antonius Brandsteder (de opa van Ron Brandsteder en overgrootvader van Rick Brandsteder) begon midden jarig twintig een fabriek voor radiomeubelen in de Kerkstraat 121-123, waar hij o.a. de houten kasten maakte van de opwindgrammofoons van Pathe Cinema’s. Enkele jaren later verhuisde de fabriek naar de Derde Schinkelstraat 33-33a. Na de oorlog nam de vraag naar grammofoons en radio’s toe en had het bedrijf circa 45 mensen in dienst. In de Bloemstraat werd slechts het hout voor de radiokasten op maat gezaagd. Zoon Anton Brandsteder nam in 1957 het bedrijf over. In 1961 werd Brandsteder – als eerste in Nederland – vertegenwoordiger voor Sony. Dit was een risico, want Japanse producten waren in Nederland (historisch gezien) niet populair. Maar het werd een succes en Brandsteder Electronics verhuisde uiteindelijk naar Badhoevedorp waar het bedrijf, inmiddels overgenomen door Sony, nog steeds zetelt. Dat u het weet.

Voor een volledig dossier van muurreclames: klik hier.

vrijdag 22 juli 2011

Ajax Kampioen

15 mei 2011 een memorabele dag. Het hele gezin bloednerveus. Ajax – FC Twente stond op het programma, de laatste wedstrijd van het seizoen, de apotheose van een – op z’n zachts gezegd – roerig seizoen.
Er stond iets op het spel: het kampioenschap van Nederland. De week hiervoor werd deze wedstrijd als eens gespeeld in De Kuip, een over het algemeen, goed gezind stadion. Behalve deze keer. Maar ach, dat was toch de troostprijs, die KNVB-beker?
Nee, de wedstrijd van vandaag, daar draaide het allemaal om. Het Kampioenschap. De Arenaboulevard stond ruim voordat de wedstrijd zou beginnen vol met uitzinnige mensen. Het schijn dat ook het Leidse- en Rembrandtsplein helemaal vol stond met mensen die ervan overtuigd waren dat het Ajax nu wel zou lukken. Dat wat zeven, Z-E-V-E-N, jaar hiervoor niet wilde lukken.
In het stadion zat de sfeer er ook goed in. Knallende meezingers, F-Side en Vak 410 die de sfeer er goed inbrachten en HIELDEN. Niet alleen deze jongens stonden achter het team, nee het hele satdion stond achter dit – jonge – team met die sympathieke coach. Het vuurwerk dat voor de wedstrijd werd afgestoken was – dacht ik – toch pas voor na de wedstrijd? Iemand wist wellicht meer?

De wedstrijd heb ik in een roes beleefd, de spanning was om te snijden, maar de goals van Siem de Jong maakten het feest die dag compleet. De huldiging op het Museumplein was mooi en het feest later in Panama was ook memorabel (ja, ik was er!!)
Nu kan iedereen die hier bij was of bij had willen zijn er van genieten. Uitgeverij Carrera heeft het Ajax Jaarboek ook dit jaar weer met DVD uitgebracht. Een prachtig geheel voor de echte Ajacied, maar ook voor de echte liefhebber.
Dit boek bestellen voor €17,50 exclusief €2,50 verzendkosten? Stuur een mail met uw adresgegevens naar bestellen@amsterdamboeken.nl en doet u dit op werkdagen voor 16.00 uur en dan heeft u het boek – in Amsterdam – nog dezelfde dag in uw brievenbus.